print

Statistieken over de primaire arbeidsongeschiktheid van werknemers en werklozen in 2019

Deze statistieken gaan over de werknemers in de privésector en de werklozen die zich minder dan 1 jaar in arbeidsongeschiktheid bevinden (“periode van primaire arbeidsongeschiktheid”).

Als een persoon na één jaar nog altijd arbeidsongeschikt erkend is, zal hij intreden in “invaliditeit”. De cijfers op deze pagina hebben geen betrekking op de personen erkend als invaliden.

Op deze pagina:

Aantal werknemers en werklozen die recht hebben op een vergoeding in geval van primaire arbeidsongeschiktheid

Het aantal «primaire uitkeringsgerechtigden» (PUG) stemt overeen met het aantal gerechtigden verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, verminderd met het aantal invaliden. Concreet gaat het over de actieve werknemers, de werklozen, de werknemers in de periode van het gewaarborgde loon en de gerechtigden erkend in de periode van primaire arbeidsongeschiktheid.

Elke toename van deze populatie kan een stijging van het aantal werknemers en werklozen in primaire arbeidsongeschiktheid en in invaliditeit tot gevolg hebben.

De analyse van het aantal «primaire uitkeringsgerechtigden» kan bijgevolg belangrijk blijken om de evoluties te verklaren die in de statistieken over de primaire arbeidsongeschiktheid en de invaliditeit worden vastgesteld.

Tussen 2015 en 2019 is globaal het aantal verzekerden met 1,27% toegenomen. Het echter belangrijk om te verduidelijken dat de verzekerde bevolking licht afgenomen is tussen 2015 en 2016 (-0,21%).

Aantal werknemers en werklozen die recht hebben op een vergoeding in geval van primaire arbeidsongeschiktheid - Evolutie 2015-2019

Aantal dagen in primaire arbeidsongeschiktheid, uitgekeerde bedragen en gemiddelde dagelijkse uitkering

Vergoede dagen en uitgekeerde bedragen

Het aantal vergoede dagen en uitgekeerde bedragen ligt hoger bij de arbeiders dan bij de bedienden. Er zijn twee factoren die deze tendens kunnen verklaren:

  • De duur van de periode van het gewaarborgde loon: deze periode is korter bij arbeiders (2 kalenderweken) dan bij bedienden (30 dagen). De arbeiders vallen dus sneller ten laste van de uitkeringsverzekering.
  • De aard van het werk: de arbeiders voeren over het algemeen taken uit die fysiek meer belastend en gevaarlijker zijn dan deze van bedienden. Ze lopen bijgevolg een groter risico op letsels en ongevallen die een periode van arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben.

De evolutie van het aantal vergoede dagen is sterk gelinkt aan de evolutie van het aantal primaire uitkeringsgerechtigden (PUG), met soms een kleine vertraging.

Waar het aantal vergoede dagen in primaire arbeidsongeschiktheid al vele jaren gestaag toenam, stellen we tussen 2015 en 2016 een eerste daling vast van 4,64%. Dit aantal is nog verder gedaald in 2017, zij het in mindere mate (-0,77%).
Vanaf 2018 zien we opnieuw een stijgende tendens. In 2019 is het aantal vergoede dagen in primaire arbeidsongeschiktheid globaal gestegen met 5,04%, hoewel deze stijging minder significant was bij de arbeiders.

In 2019 werden van het totaal aantal vergoede dagen 31,91% aan mannelijke arbeiders en 26,94% aan arbeidsters uitgekeerd. Voor de bedienden bedroegen de percentages 10,93% bij de mannen en 30,22% bij de vrouwen. Voor de periode 2015-2019 was de groei het sterkst bij de mannelijke bedienden (+6,28%).

Gemiddelde dagelijkse uitkering

In 2019 bedroeg het bedrag van de gemiddelde dagelijkse uitkering 50,05 EUR, een stijging van 1,95% in vergelijking met 2018. Deze stijging is voornamelijk te wijten aan herwaarderingsmaatregelen die in werking getreden zijn in de loop van 2019. Het is ook belangrijk om op te merken dat er geen indexatie van de uitkeringensbedragen heeft plaatsgevonden gedurende 2019.

Werknemers en werklozen - Aantal dagen in primaire arbeidsongeschiktheid, uitgekeerde bedragen en gemiddelde dagelijkse uitkering - Evolutie 2015-2019

Aantal perioden van primaire arbeidsongeschiktheid en hun duurtijd

Enkele elementen voor een beter begrip van de cijfers in deze tabellen en grafieken:

  • Deze cijfers hebben enkel betrekking op de perioden van arbeidsongeschiktheid die eindigden tijdens een van de onderzochte jaren (2015 tot 2019).
  • Deze cijfers bevatten niet de arbeidsongeschiktheden waarvoor de duur van ongeschiktheid de periode van het gewaarborgde loon niet overschrijdt (14 dagen voor arbeiders en 30 dagen voor bedienden) en die m.a.w. niet ten laste vallen van de uitkeringsverzekering. Indien de ongeschiktheid echter verder loopt dan de periode van het gewaarborgde loon, dan zal het geval geregistreerd worden voor de totale duur van de ongeschiktheid.
  • De arbeidsongeschiktheden waarbij de duur kleiner is dan 15 dagen hebben vooral betrekking op werklozen, die reeds vanaf de eerste dag ten laste van de uitkeringsverzekering vallen.
  • De periode tussen 338 en 365 dagen herneemt hoofdzakelijk de perioden van ongeschiktheid die 1 jaar ongeschiktheid hebben bereikt, en die naar alle waarschijnlijkheid in invaliditeit zullen treden.

In 25,76% van de gevallen bevindt de duur van de ongeschiktheid zich tussen 15 en 42 dagen.
Bij 18,10% van de gevallen kan een duur tussen 43 en 70 dagen worden vastgesteld. Vervolgens neemt het aantal gevallen stelselmatig af naarmate de duur van de ongeschiktheid toeneemt. De enige uitzondering wordt gevormd door de laatste categorie van arbeidsongeschiktheidsduur: in 14,79% van de gevallen duurt de ongeschiktheid tussen de 338 en 365 dagen. Het betreft hier de gerechtigden waarvan de duur van ongeschiktheid 1 jaar heeft bereikt en die naar alle waarschijnlijkheid hun tweede jaar van ongeschiktheid zullen aanvatten, zijnde de periode van invaliditeit.

Werknemers en werklozen - Aantal perioden van primaire arbeidsongeschiktheid en hun duurtijd - Evolutie 2015-2019

 

Thema's
Arbeidsongeschiktheid; Minder dan 1 jaar

Contacten

Dienst uitkeringen - Directie financiën en statistieken

Tel: +32(0)2 739 76 83

E-mail: finstat@riziv-inami.fgov.be