Moederschapsrust voor werkneemsters en werklozen

Bent u zwanger? Als werkneemster of werkloze kunt u van uw ziekenfonds tijdens uw moederschapsrust een uitkering krijgen.


Hebt u recht op een moederschapsuitkering? 

Dat u werknemer/werkloze bent, betekent niet automatisch dat u recht hebt op een moederschapsuitkering.

U hebt pas recht op een uitkering als:

  • u een wachttijd hebt doorlopen van 6 maanden
    en
  • u een voltijdse werknemer of een werkloze bent: dan moet u 120 dagen gewerkt hebben tijdens deze 6 maanden. Een aantal ‘speciale’ dagen tellen ook mee als gewerkte dagen, waaronder dagen van gecontroleerde werkloosheid, dagen van jaarlijkse vakantie, dagen van volledige werkverwijdering als maatregel van moederschapsbescherming of dagen van inhaalrust.
    Dagen van arbeidsongeschiktheid tellen echter nooit mee als gewerkte dagen.
    U moet ook voldoende socialezekerheidsbijdragen betaald hebben.
    of
    u een deeltijdse werknemer bent: dan moet u 400 uren gewerkt hebben tijdens die 6 maanden. Een aantal 'speciale' uren tellen ook mee als gewerkte uren, waaronder uren van jaarlijkse vakantie, uren van volledige werkverwijdering als maatregel van moederschapsbescherming of uren van inhaalrust.
    Periodes van arbeidsongeschiktheid tellen echter nooit mee als gewerkte uren.
    Opgelet: Als u door uw arbeidsregeling geen 400 uren kunt aantonen tijdens 6 maanden, verlengt de periode tot 18 maanden.
    U moet ook voldoende socialezekerheidsbijdragen betaald hebben.

Wat u moet doen om tijdens uw moederschapsrust een uitkering te krijgen?

  1. Bezorg uw ziekenfonds:
    - een medisch getuigschrift met de geplande datum van uw bevalling
    - de datum waarop u met uw moederschapsrust wil beginnen
    - de vermelding dat een meergeboorte wordt verwacht als u wilt genieten van de 4 extra weken moederschapsrust voor een meergeboorte.
  2. Stop met werken of onderbreek de gecontroleerde werkloosheid vanaf de datum waarop uw moederschapsrust ingaat.
  3. Bezorg uw ziekenfonds zo snel mogelijk een uittreksel van de geboorteakte of een medisch getuigschrift dat de geboorte bevestigt.
    Op basis van dit uittreksel/getuigschrift zal uw ziekenfonds het einde van uw moederschapsrust bepalen.

     

Bedrag van uw moederschapsuitkering

 
Op het moment dat uw moederschapsrust ingaat, bent u: U ontvangt:
  Tijdens de 30 eerste dagen van uw moederschapsrust Vanaf de 31e dag van uw moederschapsrust
Werkneemster 82 % van uw brutoloon 75 % van uw tot de loongrens begrensde brutoloon
Werkloze een basisuitkering gelijk aan het bedrag van uw werkloosheidsuitkering
+
een aanvulling van 19,5 % van uw brutoloon begrensd tot de loongrens in aanmerking genomen in de sector van de werkloosheid (infoblad RVA – Wordt uw loon begrensd?)
een basisuitkering gelijk aan het bedrag van uw werkloosheidsuitkering
+
een aanvulling van 15 % van uw brutoloon begrensd tot de loongrens in aanmerking genomen in de sector van de werkloosheid (infoblad RVA – Wordt uw loon begrensd?)
 

Voorbeeld 1:
U had een arbeidsovereenkomst en uw forfaitair brutomaandloon bedroeg 2.730 EUR. Uw brutodagloon bedroeg dus 2.730 EUR / 26 dagen = 105 EUR. 

  • Brutobedrag van uw uitkering tijdens de eerste 30 dagen: 105 EUR x 82 % = 86,1 EUR.
  • Bedrag van uw uitkering vanaf de 31e dag: 105 EUR x 75 % = 78,75 EUR.
  • Van het bedrag van deze moederschapsuitkering houdt uw ziekenfonds een bedrijfsvoorheffing in (11,11 %).

Voorbeeld 2:
U had een arbeidsovereenkomst en uw forfaitair brutomaandloon bedroeg 4.000 EUR. Uw brutodagloon bedroeg dus 4.000 EUR / 26 dagen = 153,8462 EUR.

  • Brutobedrag van uw uitkering tijdens de eerste 30 dagen: 153,8462 EUR x 82 % = 126,1539 EUR = 126,15 EUR
  • Bedrag van uw uitkering vanaf de 31e dag: omdat uw dagloon (153,8462 EUR) meer bedraagt dan de loongrens die geldt op 1 september 2018 (142,5279 EUR), wordt uw uitkering berekend op basis van deze grens: 142,5279 EUR x 75 % = 106,8959 EUR = 106,90 EUR (= het maximumbedrag van de moederschapsuitkering op 1 september 2018 – 106,90 EUR).
  • Van het bedrag van deze moederschapsuitkering houdt uw ziekenfonds een bedrijfsvoorheffing af (11,11 %).

Maximumbedrag van de moederschapsuitkeringen

Basisduur van uw moederschapsrust

De moederschapsrust telt 15 weken en bestaat uit 2 periodes:

  • de prenatale rust
  • de postnatale rust

De prenatale rust bedraagt maximaal 6 weken vóór de door uw arts verwachte bevallingsdatum.

  • De week (7 dagen) die onmiddellijk voorafgaat aan de voorziene bevallingsdatum is een verplichte week.

Voorbeeld:
Uw arts verwacht dat u zult bevallen op 15 mei. Uw moederschapsrust gaat ten laatste in op 8 mei. De verplichte week loopt van 8 tot en met 14 mei.

  • De 5 andere weken zijn facultatief. Als u ze niet vóór uw bevalling opneemt, dan kunt u ze overdragen na de verplichte postnatale rustperiode van 9 weken.

Voorbeeld:
Uw arts verwacht dat u zult bevallen op 15 mei. U kunt uw moederschapsrust ten vroegste op 3 april en ten laatste op 8 mei doen ingaan. Als u het werk of de gecontroleerde werkloosheid tot en met 7 mei voortzet, dan kunt u de periode van 3 april tot en met 7 mei (5 weken) opnemen na uw postnatale rustperiode.

De postnatale rust bedraagt 9 weken die u verplicht moet opnemen. Deze periode gaat in op de dag van uw bevalling of de dag erna (als u hebt gewerkt op de dag van uw bevalling, in het geval van een voortijdige bevalling).

De postnatale rust kan worden verlengd met de periode waarin u, bv. het werk of de werkloosheid hebt voortgezet tijdens de 5 facultatieve weken van de prenatale rust.

Voorbeeld:
Uw arts verwacht dat u zult bevallen op 15 mei. U blijft werken tot en met 30 april. U kunt de periode van 3 april tot en met 30 april (4 weken) opnemen na de verplichte postnatale periode van 9 weken.

Duur van uw moederschapsrust als u vóór of na de geplande datum bevalt

Als u vóór de geplande datum bevalt en u hebt de volledige verplichte week prenatale rust die onmiddellijk voorafgaat aan de voorziene bevallingsdatum niet kunnen opnemen, dan verliest u de niet-opgenomen dagen van deze prenatale week.

Voorbeeld:
Uw arts verwacht dat u zult bevallen op 15 mei, maar u bevalt op 12 mei. De verplichte week prenatale rust is begonnen op 8 mei. U verliest de rustdagen van 12, 13 en 14 mei, en uw postnatale rust gaat in op 12 mei.

Als u na de geplande datum bevalt en u de 6 weken prenatale rust al hebt opgenomen, dan wordt deze periode van prenatale rust verlengd tot de datum waarop u bevalt. In dit geval zal uw moederschapsrust langer dan 15 weken duren.

Voorbeeld:
Uw arts verwacht dat u zult bevallen op 15 mei, maar u bevalt op 19 mei. U hebt besloten om uw moederschapsrust 6 weken vóór de geplande bevallingsdatum te beginnen, dus op 3 april. Uw prenatale rustperiode wordt dus verlengd tot en met 18 mei. De verplichte postnatale rust (9 weken) begint dan op 19 mei. Uw prenatale rust (en dus uw moederschapsrust) zal dus 4 dagen langer duren.

Duur van uw moederschapsrust in het geval van een meergeboorte

Als u van meerdere kinderen bevalt, dan kunt u 4 weken moederschapsrust extra nemen:

  • 2 facultatieve weken prenatale rust
    en
  • 2 facultatieve weken postnatale rust

U hebt dus recht op 19 weken zwangerschapsrust in totaal.

Wat moet u doen om die 4 extra weken te genieten?

Vraag ze aan bij uw ziekenfonds op het moment dat u het uw medisch getuigschrift bezorgt, met daarop de voorziene bevallingsdatum.

Duur van uw moederschapsrust als uw kind in het ziekenhuis moet blijven

Uw kind moet na de bevalling in het ziekenhuis blijven voor een periode van meer dan 7 dagen (zonder dat het thuis is geweest).

In dit geval kunt u uw moederschapsrust verlengen met een duur gelijk aan de ononderbroken ziekenhuisopname van uw kind na deze eerste 7 dagen.

De periode die voor de verlenging in aanmerking moet worden genomen, begint op de 8e dag na de geboorte van uw kind en loopt door tot uw kind thuiskomt. Deze verlenging van uw moederschapsrust mag niet langer dan 24 weken duren.

Voorbeeld:
U bevalt op 15 mei en uw kind blijft in het ziekenhuis opgenomen tot en met 15 juni (1 maand). U kunt uw moederschapsrust verlengen met 3 weken (van 22 mei tot en met 15 juni). U hebt dus recht op 12 weken postnatale moederschapsrust (9+3).

Wat moet u doen om die verlenging te krijgen?

Bezorg uw ziekenfonds vóór het eind van uw postnatale rust een getuigschrift van het ziekenhuis waarin de duur van de ziekenhuisopname van uw kind staat vermeld.

Uw kind moet 2 dagen na zijn thuiskomst in het ziekenhuis worden opgenomen.

In dit geval kunt u uw moederschapsrust niet verlengen omdat de ziekenhuisopname van uw kind sinds uw bevalling werd onderbroken.

Duur van uw moederschapsrust als u vóór de bevalling arbeidsongeschikt bent

Als u door een ziekte of ongeval tijdens de 6 weken (of 8 weken in het geval van een meergeboorte) vóór uw bevalling ononderbroken arbeidsongeschikt bent geweest, dan kan uw postnatale rust met 1 week worden verlengd.

Voorbeeld 1:
U bevalt op 15 mei en u bent ziek geweest tijdens de 6 weken vóór uw bevalling (dus van 3 april tot en met 14 mei). Uw postnatale rust kan met 1 week worden verlengd.

Voorbeeld 2:
U bevalt op 15 mei, u bent ziek geweest van 3 april tot en met 30 april en u bent weer aan het werk gegaan van 1 tot 7 mei. Uw postnatale rust kan niet worden verlengd omdat u de 6 (8) weken vóór uw bevalling niet ononderbroken ziek bent geweest.

Wat moet u doen om die extra week te krijgen?

Bezorg uw ziekenfonds vóór het eind van uw postnatale rust een medisch getuigschrift van uw behandelende arts dat aantoont dat u tijdens de 6 (8) weken vóór de werkelijke bevallingsdatum arbeidsongeschikt bent geweest.

De 2 laatste weken van de facultatieve postnatale rust omzetten in dagen van postnatale rust

Als u uw werkactiviteiten op het eind van uw moederschapsrust geleidelijk weer wilt hervatten, dan kunt u de laatste 2 weken van de facultatieve postnatale rust omzetten in dagen van postnatale rust.

Die omzetmogelijkheid geldt voor alle situaties waarin u de verplichte postnatale rust (9 weken) met minstens 2 weken kunt verlengen.
U kunt zelf plannen wanneer u deze dagen van postnatale rust opneemt, zolang u ze maar opneemt binnen een vaste periode van 8 weken, te rekenen vanaf het eind van de ononderbroken periode van postnatale rust.
U kunt deze dagen van postnatale rust gespreid of in een periode van meerdere opeenvolgende weken opnemen.

Voorbeelden:
U kunt 4 opeenvolgende dagen van postnatale rust opnemen, weer 2 weken werken, weer 3 opeenvolgende dagen van postnatale rust opnemen, … tot het aantal dagen van postnatale rust is opgebruikt.
OF
U kunt elke week 3 dagen van postnatale rust opnemen, tot het aantal dagen van postnatale rust dagen is opgebruikt.

Wat moet u doen om die omschakeling mogelijk te maken?

  1. Breng uw werkgever schriftelijk op de hoogte van uw beslissing tot omzetting en van de planning voor de opname van deze dagen van postnatale rust, ten laatste 4 weken vóór het eind van de verplichte postnatale rustperiode van 9 weken.
  2. Breng uw ziekenfonds op de hoogte van de datum waarop u weer aan het werk gaat door het een kopie van de planning voor uw werkgever te bezorgen, ten laatste 4 weken vóór het eind van de verplichte postnatale rustperiode van 9 weken.
  3. Zodra u het werk weer hebt hervat, vraagt u uw werkgever een getuigschrift van arbeidshervatting dat de datum van hervatting bevestigt.
  4. Geef dit getuigschrift van arbeidshervatting aan uw ziekenfonds binnen 8 dagen na de hervatting van uw werk.
  5. Zodra u al uw dagen van postnatale rust hebt opgenomen, vraagt u uw werkgever naar een getuigschrift met het totale aantal opgenomen dagen van postnatale rust en de data waarop die dagen werden opgenomen.
  6. Geef dit getuigschrift aan uw ziekenfonds zodat het u kan vergoeden voor deze dagen van postnatale rust.

Uw moederschapsrust omzetten als u in het ziekenhuis wordt opgenomen of overlijdt (omgezet moederschapsverlof)

Als u in het ziekenhuis wordt opgenomen of overlijdt, dan kan de vader of de co-ouder van uw kind een deel van uw moederschapsrust omzetten in vaderschapsverlof.

  In het geval van een ziekenhuisopname In het geval van overlijden

Voorwaarden


Uw kind moet het ziekenhuis hebben verlaten.
Uw ziekenhuisopname moet langer dan 7 dagen duren.
Uw kind moet het ziekenhuis hebben verlaten.
 
Duur van het verlof
Het omgezet moederschapsverlof kan
ingaan op de 8e dag na de geboorte van uw kind. Het omgezet moederschapsverlof eindigt wanneer u het ziekenhuis verlaat en, ten laatste, wanneer uw moederschapsrust is afgelopen.
De vader of de co-ouder van uw kind kan het resterende deel van uw moederschapsrust overnemen.
 
 

Documenten om aan het ziekenfonds te bezorgen

 

 

De vader van uw kind of de co-ouder moet de omzetting bij zijn ziekenfonds aanvragen en bezorgt het een getuigschrift van het ziekenhuis waarin staat op welke datum uw opname is begonnen en dat bewijst dat uw opname langer dan 7 dagen duurt en dat uw kind het ziekenhuis heeft verlaten. De vader of de co-ouder van uw kind moet de omschakeling bij zijn ziekenfonds aanvragen en bezorgt het een uittreksel van uw overlijdensakte en een getuigschrift van het ziekenhuis dat bewijst dat uw kind het ziekenhuis heeft verlaten.
 
Bedrag van de uitkering voor ‘omgezet moederschapsverlof’
De vader of de co-ouder van uw kind krijgt een uitkering die overeenkomt met:
- 60 % van zijn brutoloon (begrensd tot de loongrens) als hij een werknemer is
of
- het bedrag van zijn werkloosheidsuitkering als hij werkloos is.
U behoudt uw uitkering voor moederschapsrust.
De vader of de co-ouder van uw kind krijgt de uitkering voor omgezet moederschapsverlof aan het percentage waarop u recht hebt, maar de berekening is gebaseerd op zijn brutoloon.
 
 
 
 



Spontane hervatting van het werk of de werkloosheid

Breng uw ziekenfonds binnen 8 kalenderdagen na het einde van uw moederschapsrust op de hoogte wanneer u uw werk of werkloosheid hervat:

  1. Laat het formulier ‘Getuigschrift van arbeidshervatting of van werkloosheid’ dat u bij uw ziekenfonds kunt krijgen, invullen door uw werkgever of uw werkloosheidskas.
  2. Bezorg dit ingevulde formulier aan uw ziekenfonds.

Contacten

 

Laatst aangepast op 14 mei 2019