Bijdragebons voor verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen (GVU)
De werkgevers aangesloten bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, moeten geen bijdragebons meer opmaken, behalve voor :
- industriële leerlingen
Aan deze personen moet de werkgever een "Bewijs (PDF - 8 KB) van leerovereenkomst voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst " uitreiken ;
Vanaf 1 januari 2003 zullen de werkgevers voornoemde verklaringen niet meer moeten uitreiken omdat de Rijksdienst voor sociale zekerheid voor de betrokken leerlingen bijdragebons ( verkaringen) zal opmaken en versturen via het elektronische circuit.
Verkaringen voor periodes voorafgaand aan 1januari 2003 zullen echter wel nog door de werkgevers moeten worden uitgereikt, maar de frequentie zal op langere termijn dalen.
- Bepaalde personen uit de overheidssector die worden ontslagen en die door een bijzondere regeling rechten verkrijgen op uitkeringen voor werkloosheid en ziekteverzekering
Ingevolge de bepalingen van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen wordt de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, met inbegrip van de sector uitkeringen en moederschapsverzekering van toepassing op de in artikel 7 van deze wet bedoelde personeelsleden van de overheidssector en van het vrij gesubsidieerd onderwijs.
Opdat de betrokkkenen hun aanspraak op de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid en op de moederschapsverzekering zouden kunnen laten gelden, worden de werkgevers verzocht aan deze werknemers een verklaring (PDF - 7 KB) uit te reiken.
Deze taak wordt overgenomen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, die op basis van de loon- en arbeidstijdgegevens die voorkomen op de werkgeversaangiften, normalerwijze elektronische bijdragebons zal versturen naar de verzekeringsinstellingen.
Indien geen elektronische bijdragebon kan worden verstuurd, omwille van de onbeschikbaarheid van het rijksregister- of bisnummer op de aangiften of in het personenbestand van de verzekeringsinstellingen, zal de RSZ een papieren bijdragebon opmaken en hem versturen naar de werkgever waarbij de werknemer was tewerkgesteld tijdens de op de bon voorkomende afhoudingsperiode.
Ingeval van faling zal de bijdragebon aan de curator worden bezorgd.
De papieren bijdragebons moeten door de werkgevers binnen de twee weken aan de werknemers worden overhandigd. Deze bescheiden zijn recto/verso opgesteld met aan de ene zijde een Nederlandstalige en aan de andere zijde een Franstalige tekst. Overeenkomstig de bestaande taalwetgeving beslist de werkgever in welke taal de bon gesteld moet zijn en doorkruist hij de niet passende tekst.
Indien de werkgever er niet in slaagt om de bijdragebon aan de werknemer te overhandigen, omdat het adres onjuist blijkt of omdat de betrokkene naar het buitenland is vertrokken, dan moet dit bescheid worden teruggestuurd naar de Directie Controle der Bijdragen van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid met vermelding van de reden van de niet afgifte aan de werknemer.
Voor de aangiften die betrekking hebben op een tewerkstellingsperiode voorafgaand aan het eerste kwartaal 1994 blijven de werkgevers ertoe gehouden papieren bijdragebons op te maken en ze aan hun werknemers te bezorgen.
Ingeval van verlies van de papieren bijdragebon zal de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een duplicaatbon opmaken. Dit bescheid wordt zonder tussenkomst van de werkgever aan de verzekeringsinstelling van de werknemer bezorgd.
