Relatie tussen aantal verstrekkingen en conventionering van artsen
In een artikel in de Artsenkrant van 4/11/2011 stelt Dr. De Muynck, lid van het Syndicaat van Vlaamse huisartsen, vast dat geconventioneerde artsen meer verstrekkingen verrichten dan niet-geconventioneerden. Hij baseert zich op cijfers verstrekt door Minister Onkelinx in antwoord op een parlementaire vraag. Hij vindt dit frappant omdat hij meent dat geconventioneerde artsen minder patiënten hebben dan niet-geconventioneerden.
Het RIZIV wenst deze stellingen te nuanceren.
- Aantal patiënten
Voor de huisartsen is de bewering dat niet-geconventioneerde huisartsen een groter patiëntenaantal hebben onjuist. Het is net omgekeerd, ze hebben ongeveer 7,5% minder patiënten hetgeen ongeveer overeenkomt met het verschil in aantal verstrekkingen.
- Aantal verstrekkingen
Het is bovendien niet zo dat voor alle specialisaties geconventioneerde artsen meer verstrekkingen verrichten dan niet-geconventioneerden.
Dit blijkt uit de verhouding tussen de gemiddelde activiteit (aantal verstrekkingen gedeeld door het aantal artsen) van een geconventioneerde en een niet geconventioneerde arts. In heel wat specialisaties verrichten niet-geconventioneerden meer prestaties. Zie de tabel met de gemiddelde activiteit (PDF - 68 KB). De verhouding tussen de gemiddelde activiteiten staat in de laatste kolom van de tabel.
- Aantal verstrekkingen per specialisatie
Er is ook een groot verschil qua aantal verstrekkingen per jaar tussen de specialisaties.
Twee voorbeelden:
- Dermatologie: ongeveer 5000 verstrekkingen en gemiddeld meer bij niet geconventioneerden
- Klinische biologie: ongeveer 300.000 verstrekkingen en gemiddeld meer bij geconventioneerden. Dat laatste cijfer weegt veel sterker door als men gemiddelden gaat nemen voor alle artsen.
- Niet actieve artsen
Dr. De Muynck beweerde in het artikel ook dat “de helft van de geconventioneerden niet meer actief is”. Dit is voor cijfers over het aantal verstrekkingen niet relevant daar het de facto enkel artsen betreft die werkelijk verstrekkingen hebben verricht.
Conclusie
Er moet dus opgelet worden bij het trekken van conclusies uit globale vergelijkingen van cijfers voor alle artsen.
