Globaal medisch dossier
De bijwerkingen hebben een gele achtergrond - 03/02/2012
- Opening en verlenging van het GMD
- Preventiemodule
- Administratieve verlenging van het GMD
- Remgeldverlaging voor de rechthebbende
- GMD, preventiemodule en derdebetalersregeling
Opening en verlenging van het GMD (nomenclatuurcodenummer 102771)
Het GMD kan voor alle rechthebbenden 1x per kalenderjaar worden geopend of verlengd door de erkende huisarts, dit naar aanleiding van een raadpleging of een bezoek.
De omschrijving van de verstrekking 102771 alsmede de ermee gepaard gaande toepassingsregels zoals de inhoud van het GMD zijn terug te vinden in artikel 2 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (PDF).
Vanaf 1 april 2011 moet elk GMD een preventiemodule omvatten. Deze bestaat uit een checklist van de thema’s die voor een patiënt zullen worden opgevolgd.
Preventiemodule vanaf 1 april 2011
Voor de patiënten van 45 tot 75 jaar kan de bespreking en de opvolging van de checklist (Word - 39 Kb) van de preventiemodule in het kader van het beheer van het GMD, één keer per jaar door de huisarts geattesteerd worden tijdens een raadpleging of een bezoek.
De huisarts kan de prestatie attesteren vanaf de 1e dag van het jaar dat de patiënt 45 jaar wordt tot het einde van het jaar dat de patiënt 75 jaar wordt.
De attestering van de bespreking van de checklist van de preventiemodule gebeurt met een specifieke nomenclatuurcode: 102395. De omschrijving van deze verstrekking en de ermee gepaard gaande toepassingsregels zijn terug te vinden in artikel 2 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (PDF).
Alleen de huisarts die het GMD beheert kan dit ereloon aanrekenen. De huisarts de het GMD beheert is de huisarts voor wie het laatst een verstrekking 102771 werd terugbetaald..
De verstrekking 102395 (preventiemodule) mag samen met de verstrekking 102771 (DMG) worden aangerekend.
Dit bijkomend honorarium (102395) geldt enkel voor de patiënten uit de doelgroep van 45 tot 75 jaar. Voor andere patiënten met een GMD is de preventiemodule weliswaar geïntegreerd in de verstrekking 102771 maar zonder model van checklist en zonder bijkomend honorarium voor het bespreken van de checklist.
De preventiemodule zal eind 2012 geëvalueerd worden door de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen (medico-mut) in het kader van een betere integratie van alle aspecten van het GMD. Dit moet leiden naar een aangepaste reglementering van het GMD vanaf 1 januari 2013.
Administratieve verlenging van het GMD
In uitvoering van het KB van 18 februari 2004 tot vaststelling van de voorwaarden en regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen aan de erkende huisarts een honorarium betaalt voor het beheer van het globaal medisch dossier, betalen de verzekeringsinstellingen in de loop van elk kalenderjaar (t+1) de gevallen van administratieve verlenging aangaande het beheer van het GMD in het jaar (t).
Deze maatregel is van toepassing op rechthebbenden voor wie de erkende huisarts in het jaar (t-1), via het nomenclatuurcodenummer 102771, de opening of verlenging van het GMD heeft geattesteerd én op rechthebbenden voor wie de erkende huisarts voor het jaar (t-1) van de verzekeringsinstelling een betaling van het GMD-honorarium in het kader van de administratieve verlenging van het GMD ontvangen heeft, in beide gevallen op voorwaarde dat:
- het nomenclatuurcodenummer 102771 door de arts, houder van het GMD, niet opnieuw is geattesteerd in het jaar (t);
- de verzekeringsinstelling in het jaar (t) minstens één contact vaststelt tussen de arts, houder van het GMD, en de rechthebbende (contact = attestering van een nomenclatuurcodenummer “raadplegingen / huisbezoeken”);
- het nomenclatuurcodenummer 102771 in het jaar (t) niet werd geattesteerd door een andere arts.
Om van het begrip “contact” (raadpleging of huisbezoek) te kunnen spreken, moet het getuigschrift voor verstrekte hulp, waarop het nomenclatuurcodenummer voor raadpleging of huisbezoek staat, bij de verzekeringsinstelling zijn ingediend met het oog op terugbetaling.
Voor een zelfde kalenderjaar primeert het attesteren van het nomenclatuurcodenummer 102771 altijd op de betaling van de admistratieve verlenging van het GMD. Met andere woorden, indien een in het jaar (t) door arts Y opgesteld attest van het nomenclatuurcodenummer 102771 is ingediend om een terugbetaling te bekomen na de betaling van de administratieve verlenging van het GMD voor het jaar (t) aan arts X, dan hoort het honorarium voor de administratieve verlenging van het GMD voor het jaar (t) door de verzekeringsinstelling te worden teruggevorderd.
De huidige bepalingen voor de administratieve verlenging van het GMD zijn individueel per arts en hebben dus geen betrekking op groepspraktijken.
Remgeldverlaging voor de rechthebbende
De huidige regelgeving (artikel 3 van het KB van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen en artikel 37bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994) houdt in dat een rechthebbende voor wie een GMD wordt beheerd, recht heeft op een remgeldverlaging van 30% voor raadplegingen van algemeen geneeskundigen (rechthebbende < 75 jaar en niet chronisch ziek) of voor raadplegingen en bezoeken van algemeen geneeskundigen (rechthebbende ≥ 75 jaar en/of chronisch ziek).
Dit recht op remgeldverlaging is beperkt tot de prestaties van de algemeen geneeskundige die toegang heeft tot de gegevens van het globaal medisch dossier. Indien die algemeen geneeskundige niet de erkend huisarts is die het globaal medisch dossier beheert, vermeldt hij op het getuigschrift voor verstrekte hulp de letter G gevolgd door het RIZIV-identificatienummer van de erkend huisarts die het dossier beheert. De vermelding impliceert dat de algemeen geneeskundige toegang heeft tot de gegevens van het globaal medisch dossier en dat hij daarvoor de toestemming heeft van de rechthebbende.
Het recht op remgeldverlaging geldt tot op het einde van het tweede kalenderjaar na het jaar waarin het nomenclatuurcodenummer 102771 werd geattesteerd of na het jaar waarvoor het GMD door de verzekeringsinstelling van de rechthebbende administratief werd verlengd.
Voorbeelden:
- De erkende huisarts attesteert het nomenclatuurcodenummer 102771 op 18 juli 2006. Het recht op remgeldverlaging loopt in dit geval tot en met 31 december 2008;
- De erkende huisarts attesteert het nomenclatuurcodenummer 102771 op 18 juli 2004. Voor de jaren 2005 en 2006 wordt het GMD door de verzekeringsinstelling administratief verlengd. Het recht op remgeldverlaging loopt in dit geval tot en met 31 december 2008.
GMD, preventiemodule en derdebetalersregeling
De bestaande reglementering om de verstrekkingen in die context te attesteren is momenteel nog steeds geldig.
Weldra zal echter een nieuwe reglementering worden goedgekeurd.
Totdat de nieuwe reglementering officieel in werking treedt, zullen de ziekenfondsen de toepassing van de reglementering soepel benaderen. Ze zullen de getuigschriften van de huisartsen die op de toepassing van de toekomstige reglementering hebben geanticipeerd in aanmerking nemen voor betaling.
- Bestaande reglementering
De toepassing van de derdebetalersregeling voor de verstrekkingen 102771 en 102395 is verplicht wanneer de patiënt dit uitdrukkelijk vraagt. Elke patiënt mag de toepassing van de derdebetalersregeling vragen voor de voormelde verstrekkingen en wanneer de patiënt dit vraagt, mag de arts die toepassing niet weigeren.
Als de derdebetalersregeling van toepassing is voor een van die twee verstrekkingen, moet de derdebetalersregeling (vanaf 1 april 2011) ook van toepassing zijn voor de raadpleging of het bezoek waarbij de patiënt zijn arts verzoekt om zijn GMD te beheren of met hem de preventiemodule door te nemen.
Die verstrekkingen moeten dus niet meer op verschillende getuigschriften voor verstrekte hulp worden geattesteerd.De verzekeringsinstellingen moeten de derdebetalersregeling aanvaarden als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- op het getuigschrift, waarop de verstrekkingen 102771 en/of 102395 worden geattesteerd, vermeldt de huisarts naast de naam en voornaam van de patiënt de volgende woorden: “die de toepassing van de derdebetalersregeling vraagt”;
- die vermelding moet door de handtekening van de patiënt worden gevolgd;
- de huisarts ziet er te allen tijde op toe dat de patiënt voldoende is geïdentificeerd;
- voor de toepassing van de derdebetalersregeling in deze situatie is het niet vereist dat de huisarts een voorafgaand akkoord met het Intermutualistisch College heeft.
Het feit dat men heeft gevraagd om de derdebetalersregeling toe te passen voor de verstrekking 102771 (GMD) betekent niet dat de derdebetalersregeling automatisch voor de verstrekking 102395 (preventiemodule) wordt toegepast. De verstrekking 102395 mag samen met de verstrekking 102771 worden aangerekend.
De voorwaarden (bijv.: handtekening van de patiënt) moeten dus voor elk getuigschrift voor verstrekte hulp zijn vervuld. - Toekomstige reglementering
Wanneer de patiënt hem daarom uitdrukkelijk verzoekt, moet de huisarts de derdebetalersregeling altijd toepassen voor:
- het beheer van het globaal medisch dossier (verstrekking 102771)
- de bespreking en de follow-up van de preventiemodule in het kader van het GMD (verstrekking 102395)
Hij mag die toepassing niet weigeren.
a. Facturatie: wat er binnenkort verandert
Zodra de nieuwe reglementering in werking zal treden, zal de arts zijn honorarium voor de raadpleging of het huisbezoek waarbij de patiënt zijn arts verzoekt om zijn GMD te beheren of met hem de preventiemodule doorneemt, niet meer in de derdebetalersregeling mogen factureren.
Bijgevolg, wanneer de patiënt hem vraagt om de derdebetalersregeling toe te passen, zal de arts die dus uitsluitend nog voor de verstrekkingen 102771 (GMD) en 102395 (preventiemodule) mogen toepassen en niet voor de raadpleging of het bezoek.
Hij zal die verstrekkingen in dat geval dus niet meer op hetzelfde getuigschrift voor verstrekte hulp mogen attesteren.
De verzekeringsinstellingen moeten de derdebetalersregeling aanvaarden voor de verstrekkingen 102771 en 102395 voor zover dat het voormelde verbod wordt nageleefd en aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- op het getuigschrift waarop de verstrekkingen 102771 en/of 102395 worden geattesteerd, vermeldt de huisarts naast de naam en de voornaam van de patiënt de volgende woorden: « die de toepassing van de derdebetalersregeling vraagt ».
- die vermelding moet door de handtekening van de patiënt worden gevolgd.
- de huisarts ziet er ten alle tijde op toe dat de patiënt voldoende is geïdentificeerd.
- Voor de toepassing van de derdebetalersregeling in deze situatie is het niet vereist dat de huisarts een voorafgaand akkoord met het Intermutualistisch College heeft.
- de raadpleging of het bezoek en het honorariumsupplement 102771 mogen alleen maar in geval van toepassing van de sociale derdebetalersregeling op hetzelfde getuigschrift voor verstrekte hulp worden vermeld (zie punt b.)
Het feit dat men heeft gevraagd om de derdebetalersregeling toe te passen voor de verstrekking 102771 (GMD) betekent niet dat de derdebetalersregeling automatisch voor de verstrekking 102395 (preventiemodule) wordt toegepast. De verstrekking 102395 mag samen met de verstrekking 102771 worden aangerekend.
De voorwaarden (bijv.: handtekening van de patiënt) moeten dus voor elk getuigschrift voor verstrekte hulp zijn vervuld.b. Uitzondering : toepassing van de sociale derdebetalersregeling
De arts mag de derdebetalersregeling altijd toepassen voor de patiënten die zich in een sociale situatie bevinden waarvoor de toepassing van de derdebetalersregeling is toegestaan. (Welke patiënten kunnen beroep doen op sociale derdebetaler ?)
De geconventioneerde huisarts heeft zich door zijn toetreding tot het Nationaal Akkoord Geneesheren – Ziekenfondsen ertoe verbonden om de sociale derdebetalersregeling altijd toe te passen VOOR ALLE RAADPLEGINGEN, als de patiënt hem daarom verzoekt.
Bijgevolg, in geval van toepassing van de sociale derdebetalersregeling, zal de arts die facturatiemethode zowel voor de verstrekkingen102771 (GMD) en 102395 (preventiemodule) als voor de raadpleging toepassen.
Het is niet nodig dat die verstrekkingen op aparte getuigschriften worden geattesteerd.
