I. Bijscholing in het kader van de accreditering
- Structuur en inhoud
- Erkenning van organisatoren van bijscholingsactiviteiten
- Erkenning van bijscholingsactiviteiten
- De accrediteringsbijscholing in 2012
1. Structuur en inhoud
De bijscholing in het kader van de accreditering verloopt in cycli van 5 jaar. Teneinde de accreditering te bekomen en na de vijfjarige cyclus verder in aanmerking te komen voor accreditering, moet de tandheelkundige tijdens deze cyclus een pakket bijscholing volgen dat het volledige domein van de tandheelkunde bestrijkt. Daartoe worden alle bijscholingsactiviteiten ingedeeld in volgende deelgebieden:
| 1. | Algemeen medisch; |
| 2. | Ethische, socio-economische en organisatorische aspecten van het beroep; |
| 3. | Radiologische beeldvorming van de orofaciale regio met inbegrip van de stralingsbescherming; |
| 4. | Directe technieken in de restauratieve tandheelkunde, endodontie en preventie; |
| 5. | Pedodontie en orthodontie; |
| 6. | Orale pathologie, mondheelkunde en parodontologie; |
| 7. | Indirecte technieken in de restauratieve tandheelkunde, vaste en uitneembare prothese, temporomandibulaire dysfunctie; |
| 0. | Deelgebiedoverschrijdend, cursussen informatica; |
Voor alle bijscholingsactiviteiten (met inbegrip van de buitenlandse) worden het onderwerp, de spreker(s), de inhoud en de tijdsduur duidelijk vermeld. Een spreker moet onafhankelijk zijn ten aanzien van commerciële firma's, producten en technieken.
Teneinde in aanmerking te komen voor deelgebied 2 moeten bijscholingsactiviteiten een direct verband hebben met de Kwaliteit van de zorgen waarvan de patiënt geniet of van de organisatorische aspecten van het beroep. Activiteiten met betrekking tot de persoonlijke fiscaliteit van de tandarts en met het beheren van zijn persoonlijk patrimonium ( pensioen verzekeringen enz.…), komen niet in aanmerking voor accreditering.
Teneinde in aanmerking te komen voor deelgebied 3 moeten bijscholingsactiviteiten over beeldvorming ook de stralingsbescherming behandelen.
Om voor accreditering in aanmerking te blijven komen, moeten alle deelgebieden in de loop van de vijfjarencyclus doorlopen worden, waarbij een uitzondering wordt gemaakt voor het deelgebied 0, dat niet verplicht is. De tandheelkundige kan hierbij zijn bijscholing eventueel op de persoonlijke praktijk afstemmen door het kiezen van een zwaartepunt. De praktische uitwerking van deze principes houdt het verwerven in van 500 accrediteringseenheden in een periode van 5 jaar, waarvan 50 verplicht uit het deelgebied 2 en 20 AE verplicht uit het deelgebied 3. De verplichting aangaande deelgebied 3 geldt enkel voor de tandheelkundige die een nieuwe 5-jarige cyclus begonnen is op 01/01/2010 of na 01/01/2010.
Als de accreditering één jaar niet toegekend is, worden alle accrediteringseenheden alsook de gevolgde domeinen niet in aanmerking genomen gedurende de 5-jarige cyclus.
2. Erkenning van organisatoren van bijscholingsactiviteiten
2.1. De organisator van bijscholingsactiviteiten zal “niet commercieel” zijn. Dit houdt o.a. in dat:
2.1.1. De organisator, op basis van zijn statuten, geen winstgevend doel nastreeft en een open boekhouding moet hebben die op vraag van de Stuurgroep kan gecontroleerd worden. De gelden gegenereerd door het organiseren van cursussen mogen enkel gebruikt worden voor het voorbereiden, organiseren, bevorderen van de bijscholing met inbegrip van wetenschappelijk onderzoek.
2.1.2. Een bedrijf (dentaal labo, dentaal firma, farmaceutisch bedrijf, enz...) of een vereniging die met één enkel bedrijf betrokken is, niet als organisator kan erkend worden, maar wel als sponsor kan optreden.
2.1.3. Aankondigingsdrukwerk, uitnodigingsbrieven, cursusmateriaal e.d. het briefhoofd van de organisator moeten dragen. De sponsoring kan hierbij echter discreet worden vermeld.
2.1.4. De organisator tijdens de bijscholingsactiviteiten binnen de leslokalen geen reclamestands van de sponsors zal toelaten. Deze kunnen wel toegelaten worden in een afzonderlijke ruimte (receptieruimte, hall, enz...). Bijscholingsactiviteiten georganiseerd in een bedrijf dat rechtstreeks met het thema verbonden is en / of erbij belangen heeft, komen niet aanmerking voor accreditering.
2.1.5. De sponsoring alle modaliteiten kan betreffen met uitzondering van de honoraria van de sprekers. Teneinde de onafhankelijkheid te waarborgen moeten de honoraria altijd betaald worden door de organisator.
2.1.6. De organisator de sponsor altijd goed identificeert. De publicitaire boodschap zal eveneens altijd goed geïdentificeerd worden en in tijd en ruimte beperkt gehouden worden.
2.1.7. De organisator noch als sponsor noch als spreker kan optreden.
2.1.8. De organisatoren de aanwezigheid aanvaarden van observatoren die door de Stuurgroep naar de bijscholingsactiviteit gestuurd worden.
2.2. De organisator moet voor elke bijscholingsactiviteit het evaluatieformulier - bijlage 3 (PDF - 51 KB) op het einde van de activiteit door alle deelnemers laten invullen en gedurende 5 jaar bijhouden. Hij/zij registreert op waarheidsgetrouwe wijze de aanwezigheden van de deelnemers en maakt na elke bijscholingsactiviteit aan de Stuurgroep online de aanwezigheden over. Na ontvangst van het ingevulde evaluatieformulier zal de organisator het afscheurbare strookje of elk ander document dat minstens dezelfde gegevens bevat, valideren door middel van een stempel en handtekening. Deze worden door de deelnemers bijgehouden. Ze worden echter niet opgestuurd naar het RIZIV, dit in tegenstelling tot het individuele aanwezigheidsblad. Pas bij eventuele problemen, als de Stuurgroep de accreditering van een tandheelkundige heeft geweigerd op basis van de gegevens op de bestanden, kan dergelijk strookje of document dat minstens dezelfde gegevens bevat als bewijs dienen van deelname aan een activiteit.
2.3. De mededeling van de status “ accreditering aangevraagd” verplicht de organisator om de deelnemers over de beslissing van de Stuurgroep in te lichten.
2.4. Elke organisator moet het reglement van de accreditering en het werkingsreglement betreffende de organisatoren van bijscholingsactiviteiten aanvaarden (aan te vragen bij het RIZIV).
3. Erkenning van bijscholingsactiviteiten
3.1 De erkenning van de bijscholingsactiviteiten gebeurt door de Stuurgroep op gemotiveerd advies van de Evaluatiecommissie.
3.1.1. Binnenlandse bijscholingsactiviteiten kunnen door de Stuurgroep erkend worden.
3.1.2. Theoretische cursussen en klinische stages georganiseerd in het kader van een universitaire bijkomende opleiding (type Master na Master, Clinical Postgraduate,…) kunnen in aanmerking komen voor accreditering volgens de normale aanvraagprocedure. Zij kunnen echter geen AE opleveren aan de studenten die deze specifieke opleiding volgen op basis van een inschrijving aan de universiteit. Deze studenten kunnen AE verzamelen door het volgen van erkende bijscholingen buiten hun specifieke opleiding.
3.1.3. Bijscholingsactiviteiten die in het buitenland worden georganiseerd (door een buitenlandse of Belgische organisator) kunnen door de Stuurgroep erkend worden op voorwaarde dat de tandheelkundige minstens twee modules van anderhalf uur per vormingsdag bijwoont. Voor de cursussen georganiseerd in het grensgebied, is de verplichting van het volgen van 2 modules per vormingsdag niet van toepassing. De erkenning wordt vooraf ( vóór de begindatum van de activiteit ) aangevraagd door de tandheelkundige zelf door middel van het formulier dat als bijlage 4 (PDF - 56 KB) gaat. Voor buitenlandse bijscholingsactiviteiten kan per activiteit slechts één aanvraag ingediend worden. Bij elke aanvraag moet noodzakelijk het programma in Nederlands, Frans, Duits of Engels gevoegd worden. Voor alle buitenlandse bijscholingsactiviteiten moet een persoonlijk verslag van de activiteit opgemaakt worden in het Nederlands, Frans of Duits. In het getypte verslag wordt per gevolgde tijdsmodule van 90 minuten het betreffende deelgebied aangegeven en een samenvatting van minimum tien lijnen over het behandelde onderwerp. Handgeschreven verslagen en aantekeningen worden geweigerd. Op basis hiervan kan de Evaluatiecommissie nagaan hoeveel modules gevolgd werden en in welke deelgebieden, alsook of aan de aanwezigheidsvereisten is voldaan. Het persoonlijke verslag dient opgestuurd te worden naar de Stuurgroep ten laatste 60 dagen nadat ofwel de bijscholingsactiviteit heeft plaatsgevonden ofwel de Stuurgroep kennis heeft gegeven van de voorlopige erkenning van deze bijscholingsactiviteit. Het maximum aantal eenheden verworven in het buitenland bedraagt 50 per jaar. Dit aantal kan op 80 gebracht worden voor organisatoren waarvan de aanvrager aantoont dat ze in een officieel systeem van accreditering erkend zijn.
3.2 Activiteiten die aanvaard zijn in ieder ander accrediteringssysteem (vb. bijscholing erkend bij de artsen) worden niet automatisch geaccrediteerd voor de tandheelkundigen. De aanvraagprocedure eigen aan het accrediteringssysteem van de tandheelkundigen dient altijd gevolgd te worden.
3.3. Bijscholingsactiviteiten op afstand” worden nog niet in het accrediteringssysteem opgenomen. Onder “bijscholingsactiviteiten op afstand” wordt bedoeld, het volgen van bijscholing via een computer en/of internet, zonder een fysieke aanwezigheid van de deelnemer in de bijscholingszaal.
4. De accrediteringsbijscholing in 2012
4.1 In 2012 worden per module van 90 minuten erkende bijscholingsactiviteit, 10 accrediteringseenheden toegekend.
4.2 De accreditering in 2012 kadert in een cyclus van 5 jaar. Binnen deze 5 jaar van de cyclus moet elke tandheelkundige in elk van de deelgebieden 1 tot en met 7, minstens één erkende bijscholingsactiviteit volgen. Deelgebied 0 is voor de accrediterende tandarts facultatief. Van de 500 accrediteringseenheden die in een periode van 5 jaar moeten verworven worden, komen er 50 verplicht uit het deelgebied 2 "Ethische, socio-economische en organisatorische aspecten van het beroep" en 20 AE verplicht uit het deelgebied 3 ” Radiologische beeldvorming van de orofaciale regio met inbegrip van de stralingsbescherming”. De verplichting aangaande deelgebied 3 geldt enkel voor de tandheelkundige die een nieuwe 5-jarige cyclus begint op 01/01/2010 of later.
4.3 Aangaande de voorwaarde tot het volgen van bijscholing in de verschillende deelgebieden, worden alle erkende bijscholingsactiviteiten uit de voorgaande jaren waarvoor accreditering werd toegekend, voor de hele cyclus in rekening gebracht.
4.4 Binnen een cyclus van 5 jaar moeten 500 accrediteringseenheden verworven worden, waarbij in het eerste jaar van de cyclus minimaal 100 accrediteringseenheden moeten worden behaald. Voor de verdere jaren is een minimum van 40 accrediteringseenheden vereist, met die beperking dat het gemiddelde van de voorbije jaren van de cyclus minstens 100 eenheden per jaar moet bedragen. Voor elk jaar van de cyclus kunnen er maximaal 160 accrediteringseenheden in aanmerking worden genomen.
4.5 Binnen de cyclus is dus een overdracht van accrediteringseenheden van de voorgaande erkende accrediteringsjaren naar het lopende jaar mogelijk. Indien het gemiddelde aantal accrediteringseenheden, behaald tijdens de voorbije jaren, hoger ligt dan 100, dan kan het overschot gebruikt worden bij een tekort in het lopende jaar.
4.6 De gevolgde deelgebieden en de behaalde accrediteringseenheden zijn niet overdraagbaar van de ene cyclus naar de volgende cyclus.
4.7 Als de accreditering één jaar niet toegekend is, worden alle accrediteringseenheden alsook de gevolgde domeinen niet in aanmerking genomen gedurende de 5-jarige cyclus.
Enkele voorbeelden en consequenties:
- Een tandheelkundige die in het eerste jaar van zijn cyclus 100 eenheden verzamelde en in het tweede jaar 80 eenheden, bereikt slechts een gemiddelde van 90 over die twee jaar, en voldoet in het tweede jaar dus niet aan de vereisten.
- Een tandheelkundige die in het eerste jaar 100 eenheden bereikte, in het tweede jaar 150 eenheden, volstaat in het derde jaar met 50 eenheden om aan deze vereiste te voldoen.
- Wie voor de eerste keer deelneemt aan de accreditering en slechts 60 punten verzamelt, voldoet dus niet aan de vereisten, daar er een minimum vereist wordt van 100 punten in het eerste jaar van de cyclus
- Een tandheelkundige die in het eerste jaar 180 eenheden verzamelde en in het tweede jaar 40 eenheden, moet in het derde jaar minimum 100 eenheden verzamelen om aan de accrediteringsvereisten te voldoen.
